In de rubriek ‘dilemma’s op donderdag’ confronteert schaatsen.nl elke week bekende en minder bekende schaatsers en inlineskaters met grote en kleine dilemma’s. Zo leren we ze pas écht goed kennen! Deze week is het de beurt aan shorttracker Melle van ‘t Wout.

Bio
Naam: Melle van ‘t Wout
Geboorteplaats: Laren
Geboortedatum: 18-02-2000
Team: Nationale shorttrackselectie
Opmerkelijk: Melle en zijn broertje Jens groeiden op in het Canadese Bracebridge. Het gezin verhuisde in 2014 na tien jaar terug naar Nederland.
Instagram: @mellevantwout

Dilemma’s
500 meter of 1500 meter
“Dat is zonder twijfel de 500 meter. Op die afstand ga je volle bak en de snelheid vind ik mooi. Op de 1500 meter beginnen de benen een beetje te branden, dat houd ik niet altijd goed vol. Vroeger deed ik veel aan hardlopen en toen was ik altijd beter in langere afstanden, maar met schaatsen ben ik wel echt een sprinter. Dat is heel gek, haha.”

Relay of individueel
“Oei, moeilijk… Ik vind het idee om samen met een relayploeg te winnen erg gaaf, maar zelf winnen op bijvoorbeeld een 500 meter is ook tof. Op de WK Junioren in het seizoen 2018/2019 wonnen wij zilver op de relay, dat was heel gaaf omdat iedereen hyped was dat we die prestatie hadden geleverd. Ik kies toch voor individueel, maar het is wel een moeilijke keuze! Als je zelf wint, geeft dat aan dat je het in je hebt om ook op een individuele afstand goed te rijden.”

Trainingsbroek of spijkerbroek
“Sowieso een trainingsbroek. Ik draag bijna nooit spijkerbroeken, alleen als ik ergens naartoe ga en het voelt altijd superlekker als die weer uit kan, haha. Ik heb alleen maar stretchbroeken, maar zulke jeans zitten alsnog zo strak en echt niet lekker. Ik ben ook gewend om altijd in trainingskleding te lopen en dat zit heel los en chill.”

Azië of Amerika
“Ik ben opgegroeid in Canada dus dat voelt vertrouwd en die cultuur vind ik fijn en rustgevend. Bovendien heb ik een glutenallergie en in Azië weet ik niet of de producten die ik eet glutenvrij zijn, dat is moeilijk. Voor schaatswedstrijden zou ik wel voor Azië kiezen, want daar is veel publiek aanwezig en gaan ze helemaal los bij inhaalacties. Dat is wel gaaf.”

Op een duizendste goud missen of een bronzen medaille veroveren
“Mijn motto is: go big or go home. Als ik op een duizendste van een seconde goud zou verliezen, dan weet ik in ieder geval dat ik er alles aan heb gedaan. In de kwartfinales van de World Cup in Dresden, waar ik uiteindelijk mijn eerste individuele medaille won, lag ik voor de laatste bocht nog op plek vier. Ik zette die bocht wijd op en de twee rijders voor mij waren een beetje aan kloten waardoor ik hem krap kon insnijden en net mijn ijzer ervoor kon steken op de finish. Ik weet niet hoe close dat was, maar het scheelde weinig.”

Bocht of rechte stuk
“De bocht. Het afgelopen seizoen ben ik de rechte stukken wel meer gaan gebruiken om snelheid te maken. Maar ik vind het gaaf om zo hard mogelijk die bochten in te gaan, lekker te hangen en niet te weten of je blijft staan.”

Engels of Nederlands
“Engels. Het moeilijkste aan de Nederlandse taal is ‘de’ en ‘het’ en daar maak ik vaak fouten in. Voor mij klinkt bijvoorbeeld de deur of het deur allebei goed. Ik spreek Engels met mijn broertje Jens en Nederlands met onze ouders. Soms gooi ik ook een Engels woord door een Nederlandse zin. Jens en ik hebben onze middelbare school in Nederland afgemaakt en wij haalden altijd de hoogste cijfers voor Nederlandse leestoetsen, behalve met spelling, haha.

Ik vind Nederlandse grappen supergrappig, geen idee waarom. Als Daan (Breeuwsma) een woordgrapje maakt, ga ik helemaal stuk. Er trainen ook twee Belgen met ons mee en dan moet ik soms wel dertig keer vragen wat ze zeggen. Ik word af en toe ook geplaagd met mijn accent, vooral het feit dat ik veel ‘en toen’ zeg, vinden Suzanne (Schulting) en Daan grappig.”

Snor of baard
“Op dit moment (ten tijde van het coronavirus, red.) heb ik mezelf nog niet geschoren maar alleen getrimd, dus er is een snor aanwezig! Dat is wel vet. Maar in de toekomst – als het eenmaal kan met mijn baby face – wil ik wel graag een baard. Baarden vind ik stoer.”

Kunstijs of natuurijs
“Natuurijs. In Canada konden we altijd schaatsen op bevroren meren, waarbij het ijs wel anderhalve meter dik was. Met onze vrienden gingen we eerst sneeuw vegen op de plek waar we wilden schaatsen en dan deden we ijshockeywedstrijden. Het was superleuk en die winters mis ik hier.”

Fietstraining of krachttraining
“Ik denk krachttraining. Ik ben niet de beste fietser, maar vind het inmiddels wel leuk om twee uurtjes te fietsen. Maar daarna zijn mijn benen zo moe. Krachttraining kan ik ook niet zo goed, maar dit is eigenlijk pas mijn derde seizoen op dit shorttrackniveau. Wij deden hiervoor ijshockey. Ik ben op mijn zeventiende begonnen met krachttraining en moet er nog aan wennen. Hetzelfde geldt voor fietsen, dat deden wij in Canada niet als ontspannen tijdverdrijf. Ik was lekker bezig in de bossen of op straat aan het hockeyen, en niet twee uur aan het fietsen.”

All-inclusive hotel of kamperen
“Hotel! Ik heb genoeg gekampeerd in mijn leven en daar ben ik wel klaar mee. Ik vind het heerlijk om in een hotel te zitten, zwembad erbij en de kamer wordt elke keer schoongemaakt. We waren afgelopen september in China voor een wedstrijd, en dát was een hotel zeg! Ik wist niet wat ik zag toen we naar binnen liepen. Ik ben altijd benieuwd naar een hotel, maar ik weet niet of het ooit beter wordt dan die in China. Er waren fonteinen, overal marmer en de lift zat aan de buitenkant dus je keek naar buiten. Alles was zo mooi, echt niet normaal.”

Koffie of thee
“Ik drink zoveel koffie, heerlijk. Soms heb ik even geen trek en neem ik thee, maar op een dag drink ik al gauw zes of zeven bakkies koffie. Ik dronk altijd zwart, maar door Sjinkie ben ik suiker in mijn koffie gaan doen. Soms haal ik bij Starbucks echt een suikerbak zoals een caramel latte macchiato, maar meestal gewoon een americano of espresso. Het ligt eraan waar ik zin in heb.”

Binnendoor of buitenom
“Ik doe meestal binnendoor, maar buitenom inhalen is wel cooler en soms ook een betere keuze. Ik reed meestal de 500 meter en dan moet je wel heel veel snelheid hebben om buitenom te kunnen inhalen. Dus ik kies voor binnendoor, want dat vind ik ook leuker. Ergens snel tussendoor springen.”

Ochtend of avond
“Ik ben een ochtendmens, altijd vrolijk. ‘s Avonds ben ik vaak gewoon kapot en ga ik nog even met oordopjes in chillen met Netflix of YouTube. Of ik ochtendrituelen heb? Ik maak eerst mijn bed op en ga daarna douchen. Vervolgens is het tijd voor koffie en oatmeal (havermout) pannenkoeken. Die bak ik zelf of mijn vader doet het voor mij.”

Een penalty krijgen of derde worden
“Penalty natuurlijk! Op de World Cup in Dresden reed ik in de finale van de 500 meter wel iets meer behouden, want ik wilde mee met de rest en ik moest profiteren. Maar als ik straks een van de betere rijders ben, ga ik voor goud en zou ik het risico nemen. Want stel het lukt wel, dan heb je goud én een sicke inhaalactie. Dat is mooi.”

Inlineskaten of langebaanschaatsen
Lacht. “Ik kan allebei niet, maar ik kies voor langebaan want ik vind skeeleren vreselijk. Als je valt, lig je meteen helemaal open. Op de langebaan vind ik het leuk om te toeren, maar ik kan niet goed over komen op het rechte stuk omdat sturen nog niet goed lukt. Mijn billen verzuren ook heel erg.”

Dansen of zingen
“In de auto vind ik het leuk om samen met Jens mee te zingen of eigenlijk te schreeuwen, want het geluid dat ik produceer is verschrikkelijk. Als ik voor andere mensen iets zou moeten doen, ga ik voor dansen. Ik heb wel wat trendy dansmoves, maar niet te gek, haha.”

Steak of salade
“Steak. In Nederland zijn steaks helaas heel klein in vergelijking met Canada en lang niet zo lekker, maar ik hou van vlees en vind het heerlijk om de barbecue aan te zetten. Daar ben ik mee opgegroeid. Ik doe vaak knoflooksaus erbij of garlic butter (knoflookboter) om te smeren of dippen.”

Geschreven door Anjuli Veltman – Schaatsen.nl